Djúpalónssandur & Dritvík: Het zwarte kiezelstrand en de tilstenen

Djúpalónssandur is een baai met zwarte, ronde lavakiezelstenen op het zuidwestelijke puntje van het schiereiland Snæfellsnes, in het Snæfellsjökull National Park. Het is een van de weinige stranden aan deze kust waar je tussen de lavaformaties door direct naar de branding kunt wandelen. Bovendien heeft het twee bijzondere kenmerken die het onderscheiden van andere zwarte stranden in IJsland: verspreid liggende, roestige ijzerresten van een scheepswrak en vier stenen die ooit werden gebruikt om de kracht van vissers te testen.
De vier tilstenen
Bovenaan het strand liggen vier ronde stenen die bekendstaan als Steinatök. Elke steen heeft een naam die verbonden is aan zijn gewicht: Fullsterkur (“volledig sterk”, ongeveer 154 kg), Hálfsterkur (“half sterk”, ongeveer 100 kg), Hálfdrættingur (“zwakkeling”, ongeveer 54 kg) en Amlóði (“waardeloos”, ongeveer 23 kg). Vroeger werkten hier vissersploegen in de baai, en het vermogen van een man om Hálfsterkur op een verhoging te tillen was traditioneel het minimum dat nodig was om als scheepsmaat te worden aangenomen. Amlóði — de lichtste — was naar verluidt de steen voor degenen die niet meer op konden tillen, een smet op hun naam. Bezoekers proberen nog steeds alle vier de stenen uit; het optillen van Fullsterkur is een ware krachtprestatie, niet zomaar een rekwisiet voor een foto.
Het wrak van de Epine
Verspreid over het zand liggen roestige ijzeren fragmenten van de Epine GY7, een Britse trawler die in de nacht van 13 maart 1948 schipbreuk leed op de rotsen ten oosten van Dritvík. Veertien bemanningsleden kwamen hierbij om het leven; vijf werden gered door lokale reddingsteams die zich door een sneeuwstorm heen worstelden. De overblijfselen zijn beschermd als historisch monument — verplaats of verwijder het ijzer dus niet. De wrakstukken en de stenen maken Djúpalónssandur samen tot zowel een gedenkplaats als een prachtige bezienswaardigheid.
Djúpalónsperlur: De zwarte parels
De kiezelstenen op het strand staan lokaal bekend als Djúpalónsperlur, ofwel de “parels van Djúpalón” — glad, zwart en door eeuwenlange branding tegen het lavagesteente mooi rondgesleten. Het meenemen van de stenen is verboden, zowel om het strand te beschermen als omdat het verwijderen van kiezels uit IJslandse natuurreservaten tegen de parkregels is. Maak foto’s, neem geen souvenirs mee.
- Bereikbaarheid: ongeveer 75-90 minuten rijden vanaf Stykkishólmur, via de zuidkant van het schiereiland Snæfellsnes en Route 574, in het Snæfellsjökull National Park
- Parkeren: gratis parkeerplaats bij het startpunt van de wandeling
- Wandeling: een kort, goed gemarkeerd pad naar het strand, ongeveer 10-15 minuten heen en terug naar de kustlijn, langer als je doorloopt naar de nabijgelegen baai Dritvík
- Wat mee te nemen: stevige schoenen voor de losse lavastenen en kiezels, en winddichte kleding — deze kust ligt erg onbeschut
- Tijd: trek 45-60 minuten uit om de stenen, het wrak en het strand op je gemak te bekijken
- Regels: neem geen kiezels mee en raak het ijzer van het wrak niet aan (en verplaats het niet) — beide zijn beschermd
Overnachten
Vanuit het Stykkishólmur Inn wandel je zo het historische centrum in aan de noordkust van Snæfellsnes. Dit maakt het de perfecte uitvalsbasis voor een dagtocht rond het schiereiland naar Djúpalónssandur, waarna je precies op tijd terug bent voor het diner. Boek rechtstreeks via Ourhotels.is voor het beste tarief.
Foto: Chris 73 via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0.